EuroClix, thuis geld verdienen!

Rijden in de winter: tips voor rijden op sneeuw en ijs 

Met sneeuw bedekte en / of ijzige wegen vormen een bijzondere uitdaging voor automobilisten. Wij hebben voor u op een rijtje gezet waar u absoluut op moet letten om de winter door te komen.

Basisuitrusting voor koude dagen 

Bovendien moeten ijskrabbers, gardes en ontdooiers voor de deursloten in de wintermaanden tot de basisuitrusting van elke auto behoren. Op koude dagen of na koude nachten moet u altijd vijf tot tien minuten wachten om de auto van ijs en sneeuw te ontdoen voordat u wegrijdt, en dienovereenkomstig het huis eerder verlaten.


Bij winters weer: pas uw rijgedrag aan! 

Wanneer de weg bedekt is met sneeuw en ijs, is de hoogste prioriteit: stap van het gas! De snelheid moet al met 50% worden verminderd op nat wegdek en met wel 70% op sneeuw- en ijswegen. De afstand tot de voorligger moet ook bijzonder royaal worden berekend, aangezien de remweg drastisch toeneemt bij sneeuw en ijs. Om de zichtbaarheid te vergroten, moet het dimlicht of, indien nodig, de mistlichten worden ingeschakeld.

Rij met een laag toerental 

De grip op de weg wordt verbeterd door met lage toeren te rijden. Door met een laag toerental te rijden, krijgen de banden een betere grip. Bij sneeuw en gladde omstandigheden is het daarom raadzaam om eerder dan normaal naar de volgende hogere versnelling te schakelen.


Let op de weg

De toestand van de wegen verandert vaak bijzonder snel bij temperaturen rond het vriespunt. Vooral het zogenaamde ijzel kan automobilisten onaangenaam verrassen - de weg is ineens spiegelglad. Het risico op ijzel is vooral groot op schaduwrijke weggedeelten, op bruggen of in het bos en het ijs blijft hier vaak lang hangen, zelfs bij temperaturen boven de 0 graden. Als de toestand van de wegen tijdens het rijden snel verslechtert, is het vaak raadzaam om een ​​pauze te nemen en te wachten op de winterdienst.

Trek rustig op 

Klaar voor de start, go. Maar niet te snel. Laat je koppeling langzaam opkomen als je optrekt en geef niet te veel gas. Doe je dit wel, dan kan het zomaar zijn dat je wielen vast komen te zitten. Sta je op een extra glad stuk, bijvoorbeeld op ijs? Dan is het zelfs aan te raden om heel rustig in de tweede versnelling op te trekken.

Denk aan je snelheid 

Logisch, maar toch houdt niet iedereen hier rekening mee. Sneeuw betekent ook dat de wegen extra glad zijn. Zelfs als je winterbanden hebt, is het verstandig je rijstijl aan het winterse weer aan te passen: rijd langzamer en geef gedoseerd gas als je wilt versnellen.

Wees alert 

Met gladheid kan je auto zomaar iets anders doen dan gewenst. Daarom is het belangrijk om extra alert te zijn als je achter het stuur zit. Laat je niet afleiden door de radio, mobiele telefoon of kinderen op de achterbank. Houd beide handen aan het stuur en focus je volledig op het verkeer.

Stuur voorzichtig 

Een abrupte beweging kan ervoor zorgen dat je de controle over de auto verliest. Stuur je te snel naar links of naar rechts, dan is er een kans dat de wielen hun grip op de weg verliezen. Houd daarom beide handen aan het stuur, kijk vooruit en stuur voorzichtig.

Vermijd schokkerige stuurmanoeuvres

Door schokkerige of bijzonder heftige stuurmanoeuvres kan de auto gaan glijden of zelfs slippen. Om de grip niet te verliezen, moet u bijzonder voorzichtig en rustig op sneeuw en ijs sturen - dit geldt vooral wanneer zich onverwachte situaties voordoen.

In extreme situaties: blijf kalm! Trap je rem én koppeling in

Als alle voorzorgsmaatregelen falen en de auto begint te slippen of slippen, is de juiste reactie cruciaal: voet helemaal van het gaspedaal halen, ontkoppelen, voorzichtig in de gewenste richting sturen en remmen. Remmen kan helpen om de auto te stabiliseren, want dan komt er gewicht op de vooras en krijgen de banden meer grip”. Ook hier moeten schokkerige, hectische stuurmanoeuvres worden vermeden. Indien nodig helpen voorzichtig tegensturen en een verlaging van de snelheid met enkele km / u vaak om het voertuig weer onder controle te krijgen.

Rem niet te snel 

Komt er een bocht aan en wil je snelheid minderen? Laat dan op tijd het gas los en probeer niet te remmen. Door niet te remmen, verklein je de kans dat je banden hun grip verliezen op het wegdek. Gas minderen is vaak veiliger. Geef geen gas in de bocht, maar doe dit zodra je weer op een recht stuk rijdt.

Blijf rechts rijden 

Blijf bij gladheid zoveel mogelijk op de rechterrijstrook rijden. Moet je uitwijken of is er iets mis met de auto, dan kun je zo de vluchtstrook op rijden.

Trek je winterjas (en die van de kinderen) uit

Een lekkere dikke jas is met dit weer geen overbodige luxe. Stap je de auto in? Trek dan je winterjas uit. Zo heb je meer bewegingsvrijheid. Bovendien is dit veiliger omdat de gordel dichter op je lichaam zit. Gaat je kind mee in het kinderzitje? Doe dan ook zijn of haar winterjas uit. Als jij hard moet remmen, kan je kind met winterjas vanwege de speling tussen de gordel en het lichaam zo het stoeltje uitgeslingerd worden. Kortom: jassen uit, kachel aan.

Maak je auto sneeuwvrij 

Zorg er voor vertrek voor dat je auto volledig sneeuw- en ijsvrij is. Denk hierbij ook aan het dak, de spiegels en de motorkap. Zo voorkom je dat je tijdens het rijden hinder ondervindt aan de sneeuw die van je auto waait. Sommige mensen zetten hun motor alvast aan om ervoor te zorgen dat de ruiten sneller ijsvrij zijn. Wist je dat dit weinig effect heeft? De motor warmt stationair namelijk nauwelijks op. Laat bovendien nooit je auto onbemand achter terwijl de motor warmdraait: je bent namelijk niet verzekerd als iemand de auto meeneemt.

Check je banden 

Winterbanden zorgen voor extra veiligheid: je hebt meer grip, een kortere remweg en minder kans op aquaplanning dankzij de minimale profieldiepte van 4 mm. Voor gewone banden geldt een minimale profieldiepte van 1.6 mm. Bij een profieldiepte van 2 mm wordt echter al aangeraden de banden te vervangen, zeker wanneer je met dit weer de auto instapt. Controleer ook de bandenspanning: een lage bandenspanning zorgt voor een langere remweg. Weet je niet hoe hoog de bandenspanning van jouw banden moet zijn? Dit kun je vinden in het instructieboekje van je auto of aan de binnenkant van je tankdop.